Hongaarse moestuin

on

kleine parelmoervlinder

Loodzwaar hing de vochtige warmte in de lucht, die eerste dagen van de vakantie. Zelfs zonder enige fysieke inspanning liep het zweet in straaltjes langs mijn lichaam. Te warm om iets te ondernemen, dat was duidelijk. En dus restte niks anders dan een dag of wat lummelen op de Hongaarse camping. Hoewel camping in dit geval een groot woord was. Een flinke achtertuin met douchegelegenheid, meer was het in feite niet. Groot genoeg voor zo’n vijf tenten of caravans. Druk zou het niet snel worden. Maar dat is precies waar de meeste bezoekers voor komen, voor de rust en de rijke natuur. De vogels en de vlinders.
Voor de fantastische weidsheid en spectaculaire natuur van de Hongaarse poesta, met grote trappen, roodpootvalken, honderden kraanvogels en alle reigersoorten.

visvijvers poesta

Hongaarse poesta

En bezoekers komen voor de bossen, beekjes, glooiende landschappen en bloemrijke bergplateaus in de directe omgeving van de camping. Keizerarend en slangenarend kunnen maar zo over je tent komen vliegen. Een dagje lummelen op de camping kan van alles opleveren aan leuke waarnemingen, zonder al te veel inspanning.

beekje Bükkgebergte

En dus scharrel je zo tussen de spelletjes met de kinderen en het lezen eens wat rond met je camera. En dan beland je in de moestuin. Zomaar een moestuin, ergens in het oosten van Hongarije. Tomaten, mais, pompoenen, sperziebonen, afrikaantjes. Op het eerste gezicht weinig onderscheid met mijn eigen Nederlandse moestuin. Ook hier piept het onkruid vrolijk overal tussendoor. Maar wat een verschil als ik me over de bloemen buig en de fladderaars bestudeer. Keizersmantel, kardinaalsmantel, kleine parelmoervlinders, koningspages… Wat een rijkdom.

kardinaalsmantel