Babynootjes

De beukennootjes in het bos beginnen te ontkiemen. Op alle mogelijke plekken steken de driehoekige, groene kopjes boven het zand. Sommige dragen nog een bruin hoedje, andere ontvouwen hun kiemblaadjes als een prachtige waaier. Jac. P. Thijsse noemde de kiemplant van de beuk ‘mooier dan menige bloem’. En hij heeft gelijk.

Na een wandeling over de winderige, frisse hei belanden we in de aangename beschutting van rijen imposante beuken aan weerszijden van een zandpad. De kinderen zitten al snel met de knieën in het zand: beukennootjes! Jongste noemt ze ‘babynootjes’. Jammer, de meeste zijn rot of leeg.

Maar dan ontdekken ze het eerste kiemplantje, aan het bruine driehoekshoedje herkenbaar als ‘babynootje’. Met grote ogen staren de jongens van het iele stengeltje, een halve lucifer hoog, naar de imposante, metershoge reus ernaast. ‘Dus dat wordt echt zo’n grote boom? Dit hele kleine plantje?’ Ongelooflijk.

Elk kiemplantje wordt daarna met groot respect behandeld. ‘Pas op, je stond er bijna op een! Uitkijken waar je loopt hoor!’ krijg ik verwijtend van oudste naar mijn hoofd. Ja, ze komen ook werkelijk overal op, ik kan nog beter op eieren lopen.

‘Kijk nou, deze staan allemaal midden op het pad. Straks komt de boswachter, die rijdt ze allemaal plat. Wat zonde,’ maakt oudste zich zorgen. Middelste komt met een oplossing: ‘Zullen we ze uitgraven? Dan planten we ze thuis in de tuin.’
Mijn bomenredders. Ik verheug me nu al op dat beukenbos in de tuin…


2 Comments

  1. Anonymous schreef:

    ‘s Ochtends las ik je blog, Elvira. ‘s Middags deed ik een rondje bos en zag net als jullie honderden (misschien duizenden?)babybeukjes.

    Lentegroet, José.

  2. Anonymous schreef:

    Mooi zeg, zo’n kiemplantje van dichtbij! groetjes uit t Noorden, Saskia

Reacties zijn gesloten.