Buiten

IMG_1720

‘En,’ zei de nieuwe burgemeester, nadat we handen hadden geschud en hij zijn bewondering had uitgesproken voor onze rijkgevulde volkstuinen, ‘hoe lang doen jullie erover om in het stadscentrum te komen?’

Even viel het stil. Wij -een aantal volkstuinders- keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Dat zal een minuut of twintig op de fiets zijn,’ zei iemand.
‘Er is wel een goede busverbinding, maar ik weet niet precies hoe lang je er over doet,’ zei iemand anders.
‘Eigenlijk kom ik er nooit,’ durfde iemand toe te geven.
Gelach. Herkenning.

‘Ja, ja,’ zei de burgemeester op bedachtzame toon, knikkend. Hij kon zich er wel iets bij voorstellen. Het voelde als een stukje Frankrijk hier, vond hij. Als je denkt dat je alles hebt gezien en de stad uit fietst (ja, hij kwam op de fiets –in maatkostuum, dat wel), dan stuit je op onze volkstuintjes. Een groene, bloemrijke oase, nog net binnen de stadsgrenzen, aan de rand van een nieuwbouwwijk. Vorig jaar niet meer dan een braakliggende landje.

Frankrijk, ja, daar heeft het wel iets van. Op mooie zomeravonden zien we na uren met de handen in de klei de lucht roodkleuren boven de velden en drinken samen een wijntje. Op de tuin.

Dit is niet de stad, dit is buiten.