Dierenhotel

on

goudsbloemen_ElviraWerkman

‘Mam, wil jij mijn assistent zijn?’

Dochter heeft een zieke regenworm die dringend hulp nodig heeft. Op een kleurig brancard van aan elkaar geplakte ijslolly-stokjes draperen we samen het slachtoffer –hij kronkelt nogal- en stellen al snel de diagnose vast met behulp van een loep. De patiënt ligt bijna in twee stukken, een flinterdun stukje huid houdt de boel nog op één punt bij elkaar. Haast is geboden. Als we er nou een blaadje omheen wikkelen, als een verbandje, zou het dan weer aan elkaar groeien?

‘Houd jij de worm vast, dan doe ik het blaadje er omheen,’ zegt ze. Met moeite lukt het een knoopje te leggen. Het blad zit perfect. Voorzichtig gaat hij weer terug in zijn verblijf, een grote appelmoespot met aarde en blad. Het is een van de kamers in het dierenhotel. Andere kamers zijn beschikbaar voor een of twee nachten en sommige zijn bezet: een pindakaaspot voor slakken, een jampot voor pissebedden, een loeppot voor rupsen en vlinders. Voor alle zekerheid schreef en tekende ze er een handboek bij, zodat ze niet kan vergeten dat regenwormen en pissebedden dode blaadjes eten, vlinders van nectar houden en rupsen frisgroen blad willen.

De regenworm legden we na enige tijd in de tuin voor nader herstel, op een fijn zanderig plekje met mooie goudsbloemen. De operatie was geslaagd, maar we weten niet zeker of de patiënt het heeft overleefd…

regenworm op brancard