Goudvinken in de tuin

Vanaf een afstandje kijk ik hoe jongste met een verbeten gezicht probeert een blauwe, plastic Albert Heijn boodschappentas zó hoog te houden, dat hij niet over de grond sleept. Het moet en het zal lukken, hoor je haar bijna denken. Doorzetter. Het valt ook niet mee als je ongeveer net zo groot bent als die tas zelf. Met een lege tas zou het nog gaan, maar deze is gevuld met grote takken van verschillende naaldbomen en met dennenappels en bessen. Deskundig afgeknipt van omgevallen bomen door middelste, die met veel plezier en oog voor mooie takken de snoeischaar hanteert. We struinen in het bos achter ons oude huis, op zoek naar vers groen om een kerstkrans mee te maken.

Ons oude huis. Een 100-jaar oude, voormalige boswachterswoning. Zo een als uit een sprookjesboek: met een rieten dak, groene luiken, witte muren en een groot bos er omheen. Hazen, eekhoorns, boommarter in de tuin. Goudvinken, goudhaantjes, sijsjes, staartmezen en groene specht, gewoon vanuit je luie stoel bekijken. ‘Is dat nou een matkop of een glanskop aan die vetbol?’ vroeg ik me regelmatig af, met de vogelgids in de hand voor het raam. Wat een contrast met onze huidige tuin, waar we elke kool- of pimpelmees vol vreugde toejuichen en met z’n allen voor het raam staan bij het signaleren van een roodborst…
mannetje goudvink (www.natuurbeeld.nl)
‘Waarom nou?’ krijg ik vaak te horen als ik over ons oude huis vertel. ‘Waarom ben je weggegaan?’ Tja, waarom.
Omdat het een vorm van anti-kraakwonen was (beetje onzeker).
Omdat je je kinderen graag een warme woning wilt bieden (het was koud, enkelsteens, had enkele beglazing en een half functionerende verwarmingsketel).
Omdat we iets dichter bij het werk wilden wonen (milieubewust als we zijn, liever niet de auto willen pakken).

Daarom dus. Maar toch… steeds als ik het huis weer zie en zie dat het er (dus) nog steeds staat en in principe bewoonbaar is … dan moet ik toch ook voor mezelf weer even bedenken waarom ook al weer. Waarom we ook al weer zelf vonden dat we weg moesten. Weg naar een warm, comfortabel, eigen huis, praktisch gelegen met een treinstation, een school en een winkel in de buurt. Met ontzettend lieve buren op wie je altijd kunt rekenen en vriendjes voor de kinderen binnen handbereik. Goed, daarom dus. Maar misschien ooit nog eens huis met alles-in-een?

We zijn klaar met de takken, dennenappels en ander moois voor in de kerstkrans. Genoeg gestruind. De tas is nu toch echt te zwaar voor jongste. Dat ziet ze zelf ook in en reikt ‘m mij met nog één flinke krachtsinspanning aan. ‘Kijk ‘s, mama drage’, komt er met een zucht van opluchting uit. Op naar ons warme huis. Krans maken.


One Comment

  1. Meibloempje schreef:

    Tja jullie woonden daar inderdaad mooi. Maar voor een kind is een warm huis toch ook wel heel fijn. Ik herinner me dat ikzelf als kind ook heel mooi woonde, boerderijtje etc… maar iedere winter lag ik te bevriezen in mijn bed, ik had elk jaar winterhanden en wintertenen, en het water in de kom van de goudvissen bevroor!

    Tja…ik had het mooie weer en het buiten spelen en de fazanten en hazen in de tuin niet willen missen, maar die andere dingen…ik heb mezelf toen voorgenomen om nooit in een huis te gaan wonen dat nog verbouwd moest worden, of geen CV heeft.

    🙂

Reacties zijn gesloten.