Graanakker

on

De jongens en ik staan aan de rand van een uitgestrekte, goudgele graanakker in Oost-Groningen. Tsjirpende sprinkhanen en roepende kwartels is alles wat we horen. De noordenwind rukt aan onze haren. Als we bukken, horen we het zachte gonzen van vele foeragerende hommels en bijen in de prachtig kleurrijke rand met akkerbloemen.

‘Dit is pas natuur’, roept middelste opgetogen uit. ‘Je kunt hier gewoon staan plassen, niemand ziet ons!’

Ik denk dat alleen twee opvliegende gele kwikstaarten getuige waren van die twee stoere, klaterende jongens in de natuur.