Het zijn net miereneters

Middelste scharrelt door de tuin, gewapend met een loeppotje in de hand. Plotseling verdwijnt hij met zijn hoofd tussen de bladeren van een paar reusachtige stokrozen, groter dan hemzelf. Jongste komt nieuwsgierig over zijn schouder meekijken wat hij heeft gevonden.

‘Heb jij een kever?’
‘Ja, allemaal snuitkevers!’ klinkt het enthousiast vanuit het groen.
‘Kunnen die bijten?’
‘Nee hoor, ze doen helemaal niks. Kijk, maar.’ En hij komt tevoorschijn met eentje op zijn handpalm.
Jongste wil dat natuurlijk ook (zoals je alles wilt wat grote broers ook doen) en even later heeft ook zij eentje op de hand. De kever loopt wel erg snel, zo van de hand over haar arm…

‘Brrr, ik vind dat wel beetje eng,’ zegt ze met een rilling en ze trekt haar hoofd opzij. Middelste redt haar, hij doet snel het kevertje in zijn loeppotje. Kunnen we veilig bestuderen.

Stokroossnuitkevers. De knoppen en bladeren van mijn stokrozen zijn sinds deze week ineens bezaaid met deze prachtige, kleine kevers (slechts 3mm lang). Onmiskenbaar, met hun lange snuit, zwarte schild en oranje poten. Exoten zijn het, pas in 1992 voor het eerst in Nederland ontdekt.

Middelste vindt ze er grappig uitzien. ‘Het zijn net miereneters, maar dan in het klein,’ vindt hij.  De snuit van het vrouwtje is zelfs bijna net zo lang als haar lichaam! Die snuit is erg handig om eigangen mee te boren in de bloemknoppen, maar het lijkt ons wel erg ónhandig bij het eten, zo’n langwerpige mond.

Gelukkig hebben de planten weinig last van deze keverinvasie, ze zullen er niet minder om bloeien. De vraatsporen nemen we maar voor lief…