Indian summer


‘Indian summer in het Hollandse lariksbos’ lees ik vandaag op de natuurscheurkalender. ‘Indian summer’ vanwege het vlammende kleurenspel van de lariksnaalden, die na verkleuring in de herfst van de boom vallen. 

Nu heb ik geen lariks dichtbij, wel moerascipres. Ook een bladverliezende naaldboom, en ook exoot. Vorig jaar schreef ik al over de moerascipressen in het parkje bij mij om de hoek (zie het stukje ‘Ruige jongens’). Toen kleurden ze op 2 december nog mooi herfstig, beschenen door een vrolijk nazomerzonnetje met bijpassend strakblauwe lucht.

Vandaag kleurt de lucht grijs en grauw, geen spoortje zon te bekennen. Goed gemutst en gehandschoend ga ik eens kijken hoe ze er bij staan, die ‘ruige jongens’. Als ik vlakbij ben, doemen de donkere silhouetten spookachtig voor me op uit de vochtige lucht.

De mistige lucht verzacht de roodgele tinten, de donkere stammen lijken krachtiger. De moerascipressen aan de rand van het eilandje kleuren al herfstig, van die in het midden zijn de naalden nog frisgroen. Mooie, mysterieuze kleuren met dit licht. Maar wat die natuurscheurkalender ook zegt, het échte ‘Indian summer gevoel’ wil bij mij vandaag niet komen, daarbij is een zonnetje toch onontbeerlijk. Of had ik misschien toch een lariksbos moeten opzoeken?

’s Avonds aan tafel zie ik ineens een heel ander vlammend kleurenspel. Recht tegenover me bevindt zich een woest, harig kleurenpalet van allerlei tinten goud, oranje en bruin, aangevuld met lichtgroen (vanwege een Halloweenfeest). Gebroederlijk zitten de jongens naast elkaar, samen ernstig het hoofd gebogen over een schrijfschrift van middelste. Hun haren raken elkaar. Dit is veel beter nog dan het Indian summer gevoel.