Lente ruikt naar pannenkoeken

bellenblazen

Jongste en ik hoeven op deze eerste lentedag de tuin niet uit om te merken dat het nu echt in de lucht hangt. We zien, voelen, horen, ja, ruíken zelfs de lente.
Zij aan zij genieten dochter en ik zwijgzaam van een appeltje. De jongens zijn nog op school. Koolmezen zingen in de buurt, huismussen kwetteren in de tuin. Een turkse tortel roekoert op het dak van de buren. We zijn nog niet halverwege onze fruithap of de lentezon heeft onze wangen al net zo rood gekleurd als die van de appel.

Net besluit ik mijn vest uit te trekken als een ritselend geluid bij het nestkastje aan de schuur mijn aandacht trekt. Dochter merkt het ook en stilletjes houden we het kastje in de gaten.

Er wordt getimmerd en geklopt. Klinkt als een grote verbouwing daar binnen. En ja hoor, even later piept het kopje van een koolmees door het gaatje om even snel weer te verdwijnen. Onze eerste bewoner van het nestkastje heeft het druk. Lente!

Blij met de ontdekking van nieuwe tuinbewoners eten we verder. Dochter verslikt zich bijna in haar hap als ze opgetogen wijst naar iets donkers dat langs komt zeilen en roept: ‘Vlimmer!’ Ja, warempel, daar heb je de eerste vlinder van het jaar! Een kleine vos is het. Overwintert vaak in schuurtjes. Naar buiten gelokt door de lentezon komt deze misschien wel uit dat van ons.

’s Middags komen de jongens thuis.
‘Mmm, wat ruikt het lekker buiten,’ merken ze beiden op.
‘Dat is de lente, die hangt in de lucht,’ zeg ik.
‘Nou, dan ruikt de lente zeker naar pannenkoeken!’
Tja, waar je hart vol van is…