Lenteroep

Vannacht lag ik wakker. Niet omdat een van de kinderen bij mij in bed kroop of omdat een verhaal bleef malen in mijn hoofd. En zeker niet omdat het eten verkeerd was gevallen en de wijn me naar het hoofd was gestegen. Niks van dat alles.

Nee, ik luisterde naar rugstreeppadden. Dacht ik. Ik was er absoluut zeker van, op dat moment. Het fluitende geluid van een paddenkoor kwam en ging, met de wind. Nu eens harder, dan weer zachter, als het deinen van de zee. Het was prachtig en ik kreeg zin in de lente.

Maar ‘s nachts lijkt alles anders dan overdag. Vanochtend vertelde ik het bij het ontbijt. ‘Je hoorde mij zeker snurken,’ stelde de een nuchter vast. ‘Die beesten zitten nog diep in de grond, in winterslaap!’ zei een ander. En ze wuifden me weg met een lach. Hoe zeker ik er vannacht van was, nu overdag wist ik ook wel dat de eerste rugstreeppadden pas in april weer uit de modder kruipen… Misschien was het dan een roep om lente van mijn onderbewustzijn.