Magazine Natuurlijk – de honingbij

Voor het magazine ‘Natuurlijk’ van Landal Greenparks schrijf ik sinds 2017 telkens de ‘dierspecial’, in opdracht van Lamar Communicatie. Dit artikel over de honingbij verscheen in het voorjaarsnummer 2018. De gehele editie blader je hier online door of kijk op landal.nl voor het nieuwste nummer.

De honingbij

Bzzz… zachtjes zoemend vliegt ze van bloem tot bloem. Klein en harig met subtiel streepjeskostuum. Zoete geuren van bloeiende bomen en planten lokken de honingbij naar buiten, dol als ze is op nectar. Een nieuw honingseizoen begint.

Vliegt daar nu een bij of een wesp? Zo’n klein, zoemend insect met streepjes zorgt vaak voor verwarring. Gelukkig zijn ze vrij eenvoudig uit elkaar te houden: een wesp is geel-zwart gestreept, een honingbij is geel-bruin en harig. De wesp kan meerdere malen steken, de honingbij slechts één keer, waarbij ze haar angel verliest en doodgaat. Wespen zijn sneller geneigd hun angel te gebruiken dan bijen, want het is meestal de wesp die mensen op terrasjes ‘lastig valt’, op zoek naar zoetigheden. De honingbij zoekt mensen niet bewust op, omdat ze haar eigen honingvoorraadje maakt en het zoet van de mens niet nodig heeft.

Knappe prestatie
De honingbij doet precies wat haar naam verraadt: van de nectar die ze verzamelt uit bloemen maakt ze honing. Het is haar voedsel voor in de winter, als er geen bloemen bloeien om van te snoepen. Ze maakt het niet in haar eentje, maar met een hele familie samen. Een bijenvolk. Strak georganiseerd, sociaal en elk lid heeft een eigen taak. Een knappe prestatie, met een bevolking van 50.000 leden. Er is altijd een koningin met een lang achterlijf die eitjes legt, er zijn mannetjes –darren- die een koningin bevruchten en tienduizenden vrouwelijke werkbijen. De mannetjes zijn herkenbaar aan hun dikkere lijf, grotere ogen en ze zijn net als de koningin zo’n 16 millimeter. De werkbijen zijn met hun 12 millimeter het kleinst en werken ijverig. Ze doorlopen in hun zes weken durende leven een carrière van schoonmaakster, voedster van larven en koningin, bouwer van kamers voor de eitjes en honing, poortwachter en uiteindelijk haalbij. Dat is de bij die u vooral ziet, de haalbij bezoekt de bloemen.

Bijendans
Deze hele taakverdeling komt vanaf eind februari weer op gang, na een winterperiode van binnen zitten en overleven op honing. Zodra het kwik boven de 10 graden stijgt, komen de haalbijen naar buiten om stuifmeel en nectar te halen. Als een haalbij een goede plek heeft gevonden, met veel voedsel, dan vertelt ze dat de andere haalbijen met een bijendans in het nest. Eerst laat ze de andere haalbijen proeven van het voedsel, waarna ze minutenlang volgens een vast patroon rondjes loopt. Aan de vorm van de rondjes kunnen de andere bijen op mysterieuze wijze aflezen in welke richting en op welke afstand het voedsel is te vinden.

Zwermen
Ook de koningin komt weer op gang in het voorjaar. Ze legt dagelijks eitjes die al na 3 dagen uitkomen en het volkje groeit en groeit. Eind april zit ze op een aantal van 1000 tot 1500 eitjes per dag. Een geboortegolf. De bijenkast wordt al snel te klein, wat in mei en juni resulteert in zwermen bijen. Ongeveer de helft van het volk inclusief de oude koningin verlaat het nest en gaat op zoek naar nieuwe woonruimte. Ook meteen een vorm van vermeerdering: zo komen er meer bijenvolken. Met tienduizend tegelijk vliegen ze luid zoemend voorbij, als bruingele wolk. Niet gevaarlijk, want ze zijn er niet op uit om te steken. Ze willen enkel een beschutte, droge woonruimte vinden. Eventueel kan een imker ze vangen en naar een lege bijenkast brengen. In de achtergebleven helft van het volk worden nieuwe koninginnen geboren. Er vertrekt dan nog eens een zwerm, met jonge koningin, en een koningin blijft achter in de kast.

Bruidsvlucht
Voor een jonge koningin haar taak van eitjeslegger op zich kan nemen, moet ze eerst paren met een mannetje. Eén keer is al voldoende om jarenlang bevruchte eitjes te kunnen leggen. Paren gebeurt op kilometers afstand van het volk, tijdens de bruidsvlucht. De koningin vliegt in haar eentje weg, naar een plek waar de mannen zich verzamelden. Ze gaat af op de geur om ze te vinden. Daar aangekomen, grijpt het snelste mannetje haar, paart al vliegend een paar seconden, waarna de man meteen sterft.

Darrenslacht
Na de explosieve groei van het bijenvolk staat vanaf juli de rest van de zomer in het teken van voorbereiden op de winter, zorgen voor voldoende voedselvoorraad. De mannen zijn al snel overbodig, want alle koninginnen hebben gepaard en nieuwe worden pas volgend jaar weer geboren. Zijn de mannen nog niet vanzelf gestorven, dan zorgen de werkbijen daarvoor met een ‘darrenslacht’: ze voeren de darren niet meer –zij kunnen niet zelf voor voedsel zorgen- en duwen ze buiten de kast, waarna ze van zwakte sterven. De volgende lente worden nieuwe mannen geboren en begint de hele cyclus opnieuw.