Magazine Natuurlijk – de kruisspin

Voor het magazine ‘Natuurlijk’ van Landal Greenparks schrijf ik sinds 2017 telkens de ‘dierspecial’, in opdracht van Lamar Communicatie. De laatste editie lees je op landal.nl . Voor de najaarseditie 2018 schreef ik dit artikel over de kruisspin.

De kruisspin

Heeft u weleens een spinnenweb van dichtbij bekeken? In het herfstlicht zijn het volmaakte kunstwerken, met zilveren druppels ochtenddauw. De kunstenaar pronkt in het midden: de kruisspin met zijn bolle lijfje en een wit kruis op zijn rug.

De herfst is spinnentijd. Ineens duiken overal spinnenwebben op voor de ramen, de voordeur en in de tuin. Op zijn menu staan muggen, wespen en andere insecten; dat maakt hem een belangrijke schakel in de natuur. Hij zorgt voor evenwicht en voorkomt dat er bijvoorbeeld te veel muggen komen. De kruisspin op zijn beurt wordt gegeten door vogels, sluipwespen en spinetende spinnen. Om zijn vijanden te misleiden houdt hij zich met ingetrokken pootjes schijn­dood bij dreigend gevaar.

Lekker hapje

Een kruisspin wordt niet ouder dan een jaar en in de herfst nadert het einde van zijn leven. Hij maakt nu een groter web, waardoor hij opeens opvalt in deze tijd van het jaar. De herfst is een drukke periode voor de kruisspin, want het is paartijd. Op zoek naar een part­ner trekt de man erop uit, terwijl de vrouw wacht in haar web. Voor het mannetje een gevaarlijke onderneming, want met zijn 4 tot 8 millimeter doet hij flink onder voor de vrouw van 10 tot 18 millimeter. Het gevaar bestaat dat zij hem voor een lekker hapje aanziet. Een kruisspin probeert namelijk elk klein dier dat in het web komt op te eten. En daarbij komt dat een spin slecht ziet. Het waarnemen gaat vooral op de tast; de acht ogen zien alleen het verschil tussen licht en donker. Dus zodra het web beweegt, denkt de spin dat er een prooi in het web is beland. En wat er met een prooi gebeurt? Die wordt in een spinsel ingewikkeld, met een beet van de kaken verlamd en vervolgens leeggezogen.

Muzikale talenten

Vanzelfsprekend wil de man niet dat hem dat overkomt en zeker niet vóór­dat hij de kans heeft gekregen om te paren. Hij moet dus omzichtig te werk gaan bij zijn amoureuze pogingen en daar heeft hij een trucje voor. Zo tok­kelt hij met zijn voorste poten in een bepaald ritme op het web, om te laten weten dat hij een mannetje is. Helaas voor hem is niet elk vrouwtje gevoelig voor deze muzikale talenten en kan ze tóch agressief reageren, waarop hij zich pijlsnel uit het web moet laten vallen. Het mannetje is doorgaans een volhouder en kan een uur lang blijven proberen een vrouwtje te verleiden. Lukt het uiteindelijk, dan is de paring in enkele tellen gebeurd, zodat hij weer snel uit de gevarenzone kan. Wel is hij na de paring meestal enigszins verzwakt en daarmee een gemakkelijke prooi voor vogels. Overleeft hij al deze gevaren, dan paart hij nog een tweede keer en sterft daarna. Zowel het man­netje als het vrouwtje sterven kort voor de winter intreedt.

Cocon voor de eitjes

Voordat het vrouwtje sterft, moet ze zorgen dat haar eitjes zijn gelegd. Na de paring vangt ze nog enige tijd prooien in haar web, waarmee ze vol­doende voedingsstoffen binnenkrijgt om de eitjes in haar achterlijf te laten groeien. Van speciale draden spint ze een bleekgele cocon van circa 4 centi­meter doorsnee, waarin ze de eitjes legt. Op die manier zijn de eitjes vol­doende geïsoleerd en beschermd om de winter door te komen. Het aantal eitjes varieert van enkele tientallen tot zelfs honderden, afhankelijk van de grootte van het vrouwtje.

Mini-spinnetjes

De hele winter hangt die cocon met eitjes als een dot watten verscholen tussen de struiken. Zodra de lente aan­breekt, kruipen knalgele mini-spinne­tjes uit hun ei. Ze zijn al helemaal com­pleet, met 8 poten en 8 ogen. De eerste 7 tot 10 dagen blijven ze met zijn allen op een kluitje bij elkaar. De dooiers in de eitjes geven nog vol­doende voedsel in die periode. Het is wel oppassen geblazen met voorbij vliegende vogels, die een dergelijke kluwen spinnen als een lekkere snack beschouwen. Zodra er gevaar dreigt, schieten de spinnetjes alle kanten op en als het gevaar is geweken, kruipen ze weer bij elkaar. Zodra de eidooiers op zijn, gaat ieder zijn eigen weg. Elk spinnetje klimt zo hoog mogelijk in een tak en spint een draad uit zijn achterlijf waaraan hij zich laat meevoeren met de wind. Ze vliegen aan een draadje, soms zelfs tientallen kilometers. Op zijn nieuwe woonplek maakt hij een klein web van ongeveer 5 centimeter doorsnee, passend bij zijn lichaams­grootte. In de weken erna groeit het kleine, gele spinnetje langzaam uit tot een bruine spin met een wit kruis. En dan begint het hele verhaal opnieuw.

Wielweb

De kruisspin behoort tot de familie van wielwebspinnen. Van deze familie komen wereldwijd 2999 verschillende soorten voor, waarvan 35 in Nederland. Een wielwebspin spint als volgt een web: hij begint met een paar rechte hulpdraden, waarna hij cirkels spint, van klein in het midden tot groter aan het uiteinde. De kruisspin spint zo dagelijks een nieuw web. Of vaker, als het stuk gaat. De resten van het oude web eet hij op, want deze bevatten voedzame eiwitten.