Olifantenspoor

on

Het pad ligt bezaaid met reusachtige keutels. Ze zijn zó groot dat ze wel van een olifant moeten zijn, denkt dochter. ‘Waar zitten die olifanten toch?’ vraagt ze zich af, in de stilte van de Deelerheide. In de verste verte geen dader te bekennen. Ook geen andere dieren trouwens, afgezien van een paar overvliegende koolmezen. Als de kwetterende mezen buiten gehoorsafstand zijn, wordt het stil. Geen verkeer, geen mensen, niks. Alleen wij en de wind. Toch moet er een grote keutelaar niet ver van ons vandaan zijn, die sporen zijn vers.

Zigzaggend om het poepspoor heen vinden we nog meer keutels. Nu van kleinere keutelaars. Met de diersporengids van Annemarie van Diepenbeek in de hand vermoeden we ree, edel- en damhert. Eikelvormige van ree en van de herten dikke korte dropjes met een puntje aan de ene kant en een holte aan de andere kant (in verschillend formaat).

De cilindervormige, vezelige keutels zijn lastiger op naam te brengen. Ze doen denken aan de keutels van alpen- en moerassneeuwhoen, die we in Scandinavië zagen. Nederlandse neef korhoen? Een handjevol vinden we nog op de Sallandse heuvelrug. Dus niet hier in het Deelerwoud. Wat dan? We komen er niet uit. Is er een keutelexpert in de zaal?

Ondertussen blijft dochter op zoek naar de eigenaar van die reusachtige keutels. Misschien kunnen we er nog eentje op heterdaad betrappen. Gewoon onze neus achterna. Na een uur doemen eindelijk drie grote grazers op in de verte. Traag lopen ze door de pijpestro. ‘Hé, koeien!’ zegt dochter. Van olifanten geen spoor…