Ommetje Doornenburg

Voor wandelkrant ‘te voet’ wandel ik als freelance verslaggever sinds 2013 geregeld door stad en land, in binnen- en buitenland, wat inmiddels een lange reeks aan artikelen en foto’s heeft opgeleverd. Dit is een van de wandelingen in 2016.

Struinen door ongebaand landschap
Van stoempende schepen tot fluitende eenden

Wandelen langs het indrukwekkendste kasteel, de oudste eik én de langste rivier van ons land. En dat allemaal op een Ommetje Doornenburg, in de uiterste uithoek van Over-Betuwe waar de Rijn zich splitst in Waal en Pannerdens kanaal. Zoveel geschiedenis op een paar kilometer.

Fwiet fwiet fwiet. Fluitende geluiden klinken in koor vanaf het water. Smienten, ook wel ‘fluiteenden’ genoemd. Eenden die alleen tijdens de wintermaanden in ons land zijn en dan ook meteen met een miljoen tegelijk, vanuit het Hoge Noorden. Ik tel een stuk of 30 van die sierlijke eendjes met roodbruine koppen bij elkaar, ook al mooi. Ze zwemmen op de Linge, een rivier die langs kasteel Doornenburg slingert. Daar start de wandeling. De thermometer meldt -4, de velden zijn wit berijpt en het zonnetje schijnt. Ik ben blij met mijn muts.

De markering van het startpunt ontbreekt of zie ik over het hoofd, maar gelukkig printte ik van te voren de routebeschrijving en het kaartje biedt uitkomst. Ik gniffel een beetje bij de tekst: ‘U loopt op eigen risico’ en ‘Een redelijke conditie is vereist, er wordt ten dele door ongebaand landschap gestruind’. Dat klinkt spannend! Met het kasteel rechts, hoog oprijzend, en een boomgaard links ga ik op pad. Een groepje oudere mannen is druk met het snoeien van de eiken. Zacht ritselt het laatste bruine blad op de grond.

Duizendjarige eik

Het eerste informatiepunt op de wandeling is de ‘Duizendjarige eik’. Volgens het ANWB-bordje ernaast hebben we hier te maken met de oudste zomereik van Nederland. De boom doet beslist hoogbejaard aan met zijn sterk gespleten stam, bijeen gehouden door een hekwerk, en ik vind hem al net zo imposant als het kasteel. Volgens de website Monumentaltrees.com is de boom 15 meter hoog, meet hij een omtrek van circa 6,5 meter en stamt de boom naar schatting uit het jaar 1500 (plus of min 150 jaar).

Peinzend over de vraag wat die boom allemaal heeft gezien en doorstaan stap ik door. Kauwtjes scheren hoog boven me door de lucht, kauw kauw kauw van de kasteeltorens en weer terug. Alsof ze spelen. Nog steeds zie ik geen markering, maar volg de route met de kaart in de hand en laat het kasteel achter me. Over de Rijnstraat, geasfalteerd, ga ik verder. Vrijstaande huizen links en rechts, met weilandjes ertussen waar schapen en Lakenvelders me aanstaren.

Twee keer passeer ik de Linge en bij de tweede keer ontdek ik ineens een routemarkering, een rode speerpunt. Linksaf moet ik. De bebouwing laten ik achter me, klim de Rijndijk op, steek de weg over en laat me aan de andere kant weer zakken. Met witte schoenen door het berijpte gras wandel ik aan de voet van de dijk. Langs schapen, een wilgenbosje en een bevroren plas. Ver weg klinkt verkeer, maar hier is het rustig. Een enkele wandelaar met hond passeert.

Langste rivier

Verderop voert het pad weer over de dijk en aan de andere kant er af. Nogmaals de Linge oversteken en koersen richting Pannerdensch kanaal. De Linge stroomt vanuit dit kanaal naar Gorinchem en is met 108 kilometer de ‘langste volkomen Nederlandse rivier’, zo lezen we in de routebeschrijving. Gegraven in de 13e eeuw om kolken met elkaar te verbinden. We passeren honderden grauwe ganzen op de weilandjes en een lange weg met hoge platanen aan weerszijden leidt ons naar het kanaal dat Doornenburg scheidt van Pannerden.

Tot zover geen probleem. Maar op de dijk langs het kanaal gaat het mis. Ik zie een blauwe speerpunt, een gele speerpunt en van de rode geen enkel spoor. Ik besluit een stukje blauwe route mee te pikken, in de hoop dat ik de rode dan vanzelf weer terugvind. Maar al snel raak ik de blauwe ook kwijt… Ook met de kaart in de hand kom ik er niet helemaal uit en struin een tijdje in de ruigte langs het kanaal. Gewoon omdat het mooi is. De stoempende vrachtschepen die traag voorbij varen, het stromende water, de kruidige geur en de zon warm in het gezicht: een gouden combinatie. In de verte Fort Pannerden, gebouwd eind 19e eeuw als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en recentelijk volledig hersteld.

Als ik genoeg van het struinen heb, besluit ik over de Waaldijk verder te gaan, van het kanaal af. Na een paar honderd meter ontdek ik een ingang in het ruige begrazingsgebied van Staatsbosbeheer rechts van de dijk. Galloways staren me achter het klaphek aan. Volgende ingang nemen? Ja, dat lijkt me beter. Het zijn vast goedmoedige dieren, maar ze hebben een donkerbruine blik. Via het volgende klaphek banjer ik over de bevroren klei richting veerhuis en dorp. Na wat zigzaggen aan het eind vind ik de uitgang aan dorpszijde. En wat zie ik? Bij de uitgang een rode markering! Vanaf daar via het dorpscentrum terug naar het kasteel is een makkie: bij iedere kruising een rode speerpunt.

[kader] Kasteel Doornenburg

Het kasteel is een van de indrukwekkendste van ons land, met een hoofdburcht, een voorburcht, een poortgebouw en diverse bijgebouwen. Al in de 9e eeuw wordt de Doronburc genoemd, van waaruit in de eeuwen erna geleidelijk het kasteel is ontstaan. In 1295 is de eerste vermelding van een heer van Doornenburg: Willem van Doornick. Daarna kent het kasteel diverse bewoners, totdat in 1847 de laatste bewoonster overlijdt, Maria Clara von Delwig, barones van Bemmel. Textielfabrikant Jan Herman van Heek uit Enschede redde in 1936 het kasteel van verval door het aan te kopen en volledig te schenken aan de door hemzelf opgerichte Stichting tot Behoud van den Doornenburg. Helaas is begin 1945 het kasteel deels verwoest tijdens een bombardement, maar Van Heek liet zich niet uit het veld slaan: het kasteel is in oude glorie hersteld. Onder begeleiding van een gids is de hoofdburcht te bezichtigen. In de voorburcht bevindt zich de herberg met de koffiekamers, deze zijn vrij toegankelijk.