Pimpelmezen

Het is dik aan tussen man en vrouw pimpelmees. Ze paren dagelijks voor het keukenraam en terwijl het vrouwtje haar veren goed opschudt na de korte daad, haalt het mannetje een hapje voor haar uit de kersenboom. Daarbij heeft hij de voorkeur voor het vet met zaadjes, de losse zaadjes in de voerkorf vindt hij kennelijk minder geschikt om haar te voeren. Meestal haalt hij nog een tweede hapje voor haar. Daarna gaan ze weer aan de slag, een nestje bouwen in het vogelhuisje aan de gevel.

Ze hebben de boel eerst flink verbouwd van binnen, wat gepaard ging met een hoop geklop en getimmer, en nu is het tijd voor de stoffering. Kattenharen, mensenharen en kleine takjes gaan allemaal mee naar binnen. Tussendoor verdedigt man zijn territorium. Als hij koolmezen en mussen bij het voer in de kersenboom treft, maakt hij stevig duidelijk wie hier de baas is. De huismussen laten zich niet zo gauw wegjagen, maar de koolmees is wel onder de indruk van de pimpelman. Hij maakt snel dat hij wegkomt, terwijl hij toch een stukje groter is dan de pimpelmees. Maar formaat zegt niks. Tevreden laat het pimpeltje zijn lange triller klinken in de boomtoppen. Ik verheug me nu al op de pluizige jongen.