Pionieren

Dochter en ik maken vandaag een flinke ochtendwandeling. Nadat we de jongens afleverden op school, haastten we ons naar huis om de wandelschoenen aan te trekken. De zon schijnt fel en de lucht is strakblauw. Dat vraagt om een struintocht. Gewapend met pop (zij) en camera (ik) trekken we de buurt in. Deze keer wandelen we nu eens niet richting water voor de eenden en de koeten (de laatste dagen is het nogal rustig op het water). Nee, vandaag hebben we meer oog voor planten dan vogels.

Scharrelend over enkele (van de vele) braakliggende terreintjes in onze nieuwbouwwijk valt het op hoe bloemrijk sommige veldjes er nog bij liggen.Wit met gele bloemhoofdjes van de reukeloze kamille wiegen op de wind om ons heen (of eigenlijk: waaien steeds uit beeld bij het fotograferen). Ook velden vol geel van de gewone raket met hier en daar boerenwormkruid ertussen. We vinden zelfs een allerlaatste klaproos!

Allemaal pioniers van braaklandjes en verstoorde grond. Net als wijzelf trouwens, als bewoners van een nieuwbouwwijk. Wonen in een nieuwbouwwijk voelt vaak ook als pionieren: een nieuw bestaan opbouwen op kale grond, een weg vinden in ‘het onbekende’, beginnen op een plek waar niet eerder anderen van jouw soort voorkwamen. Allemaal definities van ‘pionieren’. Nu is het bij pioniersplanten wel zo, dat ze over het algemeen een korte levenscyclus hebben, zich razendsnel vermenigvuldigen en na een tijdje zijn weggeconcurreerd. Ik denk dat daar ongeveer de vergelijking met mensen ophoudt…

“Popje koud”, meldt dochter, na een tijdje struinen tussen de bloemetjes. Er staat inderdaad een gure wind, die ons rode wangen en een loopneus bezorgt. In dit seizoen is niks fijner dan binnen bij de kachel, met warme melk (zij) en koffie (ik), na te genieten van wat je buiten zag.

Leestip: Op Natuurbericht.nl vandaag bericht over, voor deze tijd van het jaar, opmerkelijke activiteiten in de natuur.