Schaatsmoment

In de gang, met mijn jas nog aan, vlogen drie kinderen me gisteravond om de hals. Alsof ik een half jaar was weggeweest in plaats van een halve dag. Ik was naar mijn schrijfopleiding in Amsterdam, Verhalend Proza bij ScriptPlus. Weer een inspirerende les gehad van schrijfster Carolina Trujillo.

Maar van waar die uitgelaten kinderen? ‘We hebben vanmiddag geschaatst!’ vertelde oudste. Aha, daar kwam de aap uit de mouw. De schaatsen stonden al een week te branden in de berging. De hele week vond oudste het ijs al ‘goed genoeg’ en zag hij anderen ‘al’ schaatsen. Ik niet, ik hoorde het ijs kraken aan alle kanten en zag helemaal niemand op de schaats. En dus bleven de schaatsen staan waar ze stonden.

Maar gistermiddag dus toch nog. De eerste keer deze winter op natuurijs. En ik was er niet bij.

Middelste toonde me trots een reusachtige blaar op zijn voet. En jongste tetterde in mijn oor: ‘En ik ging heel goed schaatsen, maar ik had het wel koud en ik moest plassen.’ Met haar blote billen had ze boven het bevroren gras langs de kant gehangen, zei manlief later, want wat moest je anders, op natuurijs?

Wat een contrast met vandaag. Het regende de hele dag. Langzaam zagen we de sneeuw wegsmelten en de rode stoeptegels weer tevoorschijn komen. En daarmee smolt ook de kans op enig schaatsmoment vandaag. Maar goed, de winter is nog niet voorbij, toch?