Stoplicht

Middelste en ik kunnen niet anders dan afstappen als we een rood ‘stoplicht’ zien hangen, hoog in een lange grashalm. Van schutkleur is hier niet bepaald sprake. Fel steekt hij af tegen de strakblauwe lucht, deze steenrode heidelibel.

‘Poeh, ik wil even uitrusten, hoor mam,’ zucht middelste van 6 als we in de luwte van de spoordijk huiswaarts peddelen. In de verte zie ik manlief en oudste als twee dansende, blauwe stipjes uit het zicht verdwijnen. Net op datzelfde moment krijgen wij beiden de rode libel in het oog. Stoppen en even de berm induiken, dus.

Na een dag met verjaardagstaart eten (bij vriendin Inge), fietsen langs de rivier, pootjebaden bij een zandstrandje en óok nog een grote pannenkoek met stroop en poedersuiker… tja, niet zo gek dat zoon even wil uitpuffen.

Achter ons raast een trein voorbij. Een bont zandoogje fladdert voor onze neus. ‘Dit is echt natuur, toch mam?’ kijkt middelste mij met pretlichtjes in de ogen aan. En hij steekt lachend een bloeiaar achter elk oor.

‘Waar hebben jullie gezéten? Wij wachten hier al twintig minuten!’ slingert oudste ons naar het hoofd, even later bij thuiskomst. Oei, helemaal vergeten dat ik de huissleutel bij me had!
‘Zag je dat stoplicht niet dan? Net een libel, zo rood,’ verdedig ik mezelf. Oudste kijkt me aan alsof ik van een andere planeet kom.
Gelukkig hebben we foto’s, als bewijs.