Magazine Natuurlijk – de libel

Voor het magazine ‘Natuurlijk’ van Landal Greenparks schrijf ik telkens de ‘dierspecial’, in opdracht van Lamar Communicatie. De laatste editie lees je op landal.nl . In het voorjaarsnummer 2019 verscheen dit artikel over de libel.

Topvlieger met panoramablik

Vrijwel geruisloos patrouilleert hij als een helikoptertje boven het water. Een robuust insect met een prehistorisch uiterlijk. Grote facetogen, vier doorzichtige vleugels en een lang lijf in mooie kleuren als rood, groen of blauw: de libel.

 Begin april komen de libellen weer tevoorschijn, laag vliegend boven land of water. Overal zijn ze te ontdekken. Van de 90 verschillende soorten echte libellen in Europa leven er maar liefst 50 in Nederland en dat komt doordat we zoveel water hebben. Want: libellen kunnen niet zonder. Deze oerdieren, die al 150 miljoen jaar in nagenoeg dezelfde vorm over de aardbol vliegen, zijn dan ook perfecte graadmeters van de natuur. Veel verschillende soorten libellen betekent een goede waterkwaliteit.

Onder water
De hele winter heeft de libel als larve onder water doorgebracht. Sterker nog, libellen brengen het grootste deel van hun leven als larve onder water door. Sommige soorten zelfs meer dan één winter. De duur varieert van enkele maanden tot vijf jaar. De larve lijkt al veel op een volwassen libel. Het is een kleinere versie van enkele centimeters lang, kleine ogen en nog zonder vleugels. Hij voedt zich met kleine waterdiertjes en visjes, en ook kannibalisme komt voor. Vissen en grotere waterdieren eten op hun beurt graag libellenlarven. Hierdoor is de libel ook al in het larvenstadium een onmisbare schakel in de voedselketen. Zodra in het voorjaar de watertemperatuur stijgt, maakt de larve die voldoende tijd onder water heeft doorgebracht (afhankelijk van de soort) zich klaar om volwassen te worden.

Vervellen, oppompen en drogen
Om tot een vliegend insect te transformeren, moet de larve ‘uitsluipen’. Dat gaat als volgt: het waterdier kruipt tegen een stengel van een waterplant omhoog en gaat daar vervellen. Iets wat hij zijn hele leven als larve al zo’n negen tot zeventien keer heeft moeten doen om te kunnen groeien, hij knapt steeds als het ware uit zijn huid. Bij deze laatste keer krijgt hij prachtige, grote en glimmende vleugels. Vliegen kan hij er niet meteen mee, ze zijn eerst nog helemaal kreukelig en zacht. Ook het achterlijf moet in vorm komen. Om dit voor elkaar te krijgen, pompt de libel lichaamsvloeistof door zijn 3 tot 8,5 centimeter lange lichaam (afhankelijk van de soort). Mannetjes en vrouwtjes verschillen qua lengte niet of nauwelijks van elkaar. Het hele lijf bestaat uit een wendbare kop, een borststuk met vleugels en poten en een dun achterlijf dat tien segmenten telt en daarmee zeer buigzaam is. Alles bij elkaar duurt het hele uitsluip- en oppompproces meer dan een uur. Biologen noemen zo’n volwassen libel ‘imago’. Vanaf april tot ver in oktober is hij te bewonderen.

Vliegkunstenaar met geheime wapens
De libel is een ware vliegkunstenaar: stil hangen in de lucht, plotseling van richting veranderen en zelfs achteruit lukt prima. Behendigheden die hij te danken heeft aan de twee paar vleugels die afzonderlijk van elkaar kunnen bewegen. Al vliegend, met zijn poten als grijper, vangt hij insecten als bijen, muggen, vliegen en ook andere libellensoorten. Zijn ogen zijn de geheime wapens bij de sublieme jacht: de grote, bolle facetogen bestaan uit 10.000 tot 50.000 lensjes of ‘facetjes’. Met zijn panoramablik van 360 graden scant hij alles in één oogopslag: met de bovenste helft veraf en de onderste dichtbij. Daarmee kan hij niet alleen prooien opsporen, maar ook vijanden in de gaten houden. Want de libel staat bij vele dieren op de menukaart, onder andere vogels, vissen, kikkers, salamanders, hagedissen, muizen en allerlei insecten. Sommige vogels, zoals boomvalk, zijn zelfs gespecialiseerd in het vangen van libellen. De libel heeft enige bescherming in de vorm van zijn schutkleur, welke blauw, rood, bruin of geel kan zijn.

Paren in hartvorm
Die kleuren hebben ook een rol bij de paring, want daaraan herkennen ze een soortgenoot en geschikte partner. Mannetjes zijn vaak wat kleuriger dan vrouwtjes. Paren gebeurt vanaf een tot enkele weken na het uitsluipen in voorjaar of zomer, dan is de libel geslachtsrijp. Om alvast een goed gebiedje te ‘claimen’ waar het vrouwtje haar eitjes kan afzetten, wordt het mannetje territoriaal. Hij patrouilleert langs een bepaald stuk oever of zit voortdurend op een bepaalde stengel. En komt er een vrouwtje in de buurt, dan is ze de klos: meteen grijpt de man haar met zijn achterlijfsaanhangselen achter haar kop. Een stevige greep, waar ze zich niet zomaar aan kan onttrekken en na een korte worsteling geeft ze het meestal dan ook op. In een paartandem vliegen ze weg, waarna al snel de hartvormige positie volgt: het vrouwtje brengt haar achterlijfspunt naar de onderkant van het achterlijf van het mannetje en ze ontvangt een spermapakketje. Dit kan enkele seconden tot enkele uren duren. Na deze overdracht volgt ei-afzet in de stengel van een waterplant, op de oever, aan het wateroppervlak of in de bodem van het water. Enkele honderden tot zelfs duizenden eitjes legt het vrouwtje. Vaak sterft de libel binnen enkele dagen na de voortplanting. Hij heeft enkele weken tot twee maanden als volwassen libel geleefd.