Uitgespuugd

gelderse roos

Het is een regenachtige zondagmiddag. De muren komen op je af, je wilt het allerliefste naar buiten, maar het is wel heel, héél erg nat. Emmers vol hemelwater kletteren op het dak. Dus maak je een mooie regenboogtekening, speelt een spelletje en probeert je grote broers op de kast te krijgen. Ondertussen slaat je moeder aan het opruimen, om de onrust te lijf te gaan. Ze komt in hoeken en gaten waar ze jaren niet is geweest. Boeken en rapporten, ingehaald door de tijd, belanden in dozen. Kapot speelgoed en oude papierknutsels -aangevreten door papiervisjes- duwt ze tot je grote spijt in enorme vuilniszakken. Kleding, te wijd, te groot of juist te klein: naar de kringloop.
En onderweg kom je ‘dingetjes’ tegen. Geweldig mooie dingetjes. Van die dingetjes die je moeder allang kwijt was of waarvan ze niet eens wist dat ze ze had. Breinaalden en vijftien kleuren borduurgaren. Een gehaakt mandje met avondvierdaagse medailles. Yin Yang ballen. Een schoenendoos vol grijze potloden. Vijf loeppotjes zonder deksel in een linnen tasje met opdruk ‘Dollard College’. En helemaal onder in de kledingkast, daar waar je een stukje zeep zou verwachten, daar ligt een bonbondoosje. Een groen, kartonnen doosje met een vergeeld briefje erop: ‘Braakballen. Ransuil, begraafplaats Spijk, 7-2-2008’.

‘Wat zijn dat voor dingen?’ vraagt dochter van 5.
Ze haalt haar neus op en trekt een vies gezicht als ik vertel wat braakballen zijn: ‘Getsie, uitgespuugd?!’
Middelste van 8 komt er ook bij kijken: ‘Zitten daar muizenbotjes in?’ Zijn ogen beginnen te glimmen en voordat ik kan antwoorden, heeft hij er al eentje te pakken en breekt ‘m door midden. Twee kleine botjes steken eruit.
‘Wow, kijk nou!’ roept dochter uit. Voorzichtig pakt ze nu toch eentje vast en begint net als broer fanatiek te pluizen. ‘Dan was ik straks toch gewoon m’n handen,’ zegt ze.

IMG_2136-2