Vlinder

‘Ssst, stil zijn, mam.’
Ik zat met een boek in de tuin en dacht dat ik al stil was.
‘Daar zit een vlinder,’ fluisterde dochter. ‘Straks vliegt ‘ie nog weg.’ Op haar tenen stond ze bij de hoge herfstaster.
Ik heb al drie keer deze zomer gedacht die plant nu eens weg te geven, omdat hij zo’n ruimte inneemt, maar om de een of andere reden bleef het steeds bij denken. Ergens was nog enige twijfel. In onze vorige tuin op zandgrond was het een mooie compacte plant, maar hier op de klei groeit hij twee meter de lucht in, wat de takken eigenlijk niet kunnen hebben en dus vallen ze alle kanten op als een slappe bos tulpen, stremmen het pad en vallen andere planten lastig. Dat moet je eigenlijk opbinden, maar dat vind ik te statisch. Dus is het een beetje redderen met bamboestokken.
‘Wat is dat voor een vlinder?’
Het was een bont zandoogje.
Langzaam stak ze haar armen uit en probeerde ‘m met beide handen te vangen. Mis. De vlinder vloog op en streek neer op een andere bloem van de aster, tussen de zweefvliegen. Dochter probeerde het nog eens. Weer mis. Hij liet zich niet vangen, maar ook niet wegjagen van de helderroze bloemen. Wat een aantrekkingskracht. Voorlopig nog maar even laten staan, die aster. In ieder geval tot na de bloei.

aster

aster met bont zandoogje