Vogeleiland

on

broedende zeevogels op Hornoya

Duizenden en duizenden vogels bij elkaar op een kleine rots in zee. Een eilandje waar je in minder dan een uur omheen kunt lopen. Als je tenminste doorstapt en niet stilstaat bij al die broedende vogels. Vrijwel elke centimeter wordt gebruikt. Drieteenmeeuwen, papegaaiduikers, alken, zeekoeten en kuifaalscholvers.  Je hoort én ruikt uitsluitend vogels. Een indringend melange van verse vis, ammoniak en zilte lucht. De intense geur kruipt diep in mijn huid, haar en kleding. Dit is het onbewoonde eilandje Hornøya in de Barentszzee, in het noordoosten van Noorwegen.

Vanaf het havenplaatsje Vardø vaar je er met een vissersbootje in twintig minuten naar toe. De visser wil weten hoe laat hij ons weer moet ophalen. ‘Wat is de laatste mogelijkheid?’ vragen we. Dat blijkt half vier in de middag te zijn. Mooi, dan hebben we vijf uur op het eiland, dat moet voldoende zijn, denken we.

papegaaiduikerOver een smal paadje zoeken we een weg tussen de vogels. De kinderen kijken hun ogen uit. Doorgaans zijn de drie niet bepaald eensgezind, maar hierin kunnen ze elkaar vinden: zóveel vogels zagen ze nog nooit bij elkaar. En: de papegaaiduiker staat nu met stip op nummer 1 in de vogeltoptien van hen alledrie, meldt oudste me, terwijl we roerloos een papegaaiduiker met een rijtje visjes in zijn snavel bewonderen. Op twee meter afstand. De papegaaiduiker kijkt even terug en schiet dan zijn nestholletje in.

De tijd blijkt te kort. We hebben nog niet genoeg gekregen van het fotograferen, middelste maakt nog snel een filmpje en de laatste lege zee-egelschalen worden in de tas gestopt om mee te nemen als het rode stipje van de vissersboot onze kant op koerst.

Eenmaal plaatsgenomen op de bank in de cabine van het bootje galmt de wilde kakofonie van vogelgeluiden nog na in mijn oren. Scheef hangend op de bank probeer ik het eiland in een laatste foto te vangen. Dat lukt niet echt, te veel opspattend water achter de boot en het is gaan miezeren. Het eiland wordt nu snel kleiner en kleiner. Dan draai ik me om en kijk naar de kinderen: vurig rode wangen, verwaaide haren, stille tevreden blik, zakjes met gevonden ‘schatten’ stevig in de handen. Dus zo ziet geluk eruit, schiet door me heen en neem een foto. Ik voel mijn eigen wangen nagloeien. Voldaan leun ik achterover en haal diep adem. Het zal nog wel even duren voor de geur is vervaagd, dat weet ik zeker.

Hornoya