Vogels zijn leuker dan huiswerk

De duiven hebben haast. Dochter en ik maken huiswerk aan haar bureau, met zicht op tuin en schoolplein aan de overkant. Al de hele dag vliegen dikke houtduiven van de tuin naar een boom op de hoek van het stille plein. Corona-tijdperk.

Het blad begint pas net uit te lopen, dus er is mooi zicht op wat er in de boom gebeurt. ‘Dat wordt een nestje, kijk maar,’ zegt dochter, voorover leunend over het bureau.

Het gaat ook echt op z’n ‘houtduifs’, snel wat in elkaar flansen voordat de eieren eruit floepen, alsof ze het niet hebben zien aankomen. Een stapeltje takken bij elkaar waar de wind dwars doorheen waait. Niet gek dat de jongen soms gewoon uit het nest vallen.

De duifjes vliegen af en aan, grote takken in de snavel. ‘Kijk, daar zit er weer een, achter de heg,’ zegt dochter. En we zien veel meer vogels. Het pimpelmannetje zingt uit volle borst, merelman komt even langs, ekster balanceert op een dun takje om van het vet te pikken en daarna komen man en vrouw huismus van de vogelzaadjes eten. Vrouw mag eerst, terwijl man boven haar de boel in de gaten houdt. Als zij klaar is, neemt hij zelf wat happen. Rommelig als mussen altijd eten, er valt altijd zaad op de grond. Hoe anders eten de koolmezen van het zaad: zij pakken één zonnebloempit in hun snavel en eten het rustig op in de Gelderse roos ernaast.

Ja, die vogels zijn veel leuker dan het huiswerk.