Wandelen over landgoed Duno

Voor wandelkrant ‘te voet’ wandel ik als freelance verslaggever sinds 2013 geregeld door stad en land, in binnen- en buitenland, wat inmiddels een lange reeks aan artikelen en foto’s heeft opgeleverd. Dit is een van de wandelingen in 2014.

Wandelen over landgoed Duno, een stukje Italië aan de Rijn

Metershoge rododendrons langs brede lanen geven een wandelaar over landgoed Duno een majestueus gevoel. Het indrukwekkende landschap met steile hellingen en droge dalen is een erfenis van de laatste twee ijstijden: Duno ligt op een stuwwal aan de Rijn. De magnifieke doorkijkjes naar de overkant van de rivier zijn cadeautjes onderweg.

De weersomstandigheden op deze zondagmiddag lijken goed te passen bij de omgeving: de wind blaast stevig door bomen, dramatische wolkenpartijen laten af en toe een glimp zon door. Drama past goed in deze omgeving die door grote krachten is ontstaan. We starten onze wandeling in Heveadorp, bij de ingang van het landgoed. Meteen na de oude toegangspoort komt een ‘landgoedgevoel’ boven, op de oude oprijlaan. Reusachtige rododendrons wisselen af met evenzo hoge taxusstruiken aan weerszijden van het grindpad. Dat belooft in mei een overweldigende bloemenzee.

Duunoog

Het landgoed dankt de naam aan het landhuis dat hier eind achttiende eeuw is gebouwd: ‘Duunoog’. Vele kleurrijke figuren waren in de loop der jaren eigenaar. Van oud-kapitein tot cacaohandelaar en ook de baron Van Brakell had het enkele jaren in bezit. Hij was ook eigenaar van het nabijgelegen kasteel Doorwerth. De laatste bewoner was Odo van Vloten, een voormalig theeplanter, die al snel doorhad dat het financieel geen peulenschil was om een landgoed te onderhouden. Hij liet het in 1932 na aan het Geldersch Landschap. Ondertussen staat de villa er jammer genoeg niet meer, in de Tweede Wereldoorlog is het verwoest.

Hunnenschans

Vlak na de toegangspoort slaan we linksaf, naar de Hunnenschans. Een oud verdedigingswerk uit de elfde eeuw, een zogenaamde ringwalburg. Via een smal zandpaadje -heuvel op, heuvel af- komen we na een paar minuten op een ovaal grasveld met aan drie kanten een hoge wal. Fantastische plek om te vliegeren: een vader houdt samen met twee kinderen een vlieger strak in de lucht. En dan het uitzicht: overweldigend. Vanaf grote hoogte kijken we uit over de Drielse stuw met grote sluizen in de Neder-Rijn. Een plezierjacht glijdt langzaam onder ons voorbij. Een clubje grauwe ganzen vliegt luidruchtig over. En aan de overkant zien we een kleurig vlakkenspel van huizen, weilanden, akkers en boomgaarden in het Betuwse landschap. Hier kijk je naar de horizon en dat geeft een machtig gevoel.

Over de wal gaat de route verder, door het bos. Steil omlaag, steil omhoog. We komen uit op het Dunoplateau, de plek waar ooit het landhuis stond. Een ruime open plek, met weer een magnifieke doorkijk naar de overkant. Niet gek dat de eerste eigenaar van het landgoed deze plek koos om een villa te bouwen. Op bankjes warmen wandelaars en fietsers zich in de voorjaarszon die heel even doorbreekt. In het bos achter ons lacht een specht. We trekken ons los van het uitzicht en stappen door.

Folly

Onze route buigt af en we duiken het bos in. Beuken en eiken, met hier en daar rododendron of een reusachtige buxusstruik. Hoewel de bomen nog kaal zijn en de wind er zo tussendoor blaast, geven de vogels een echt voorjaarsgevoel. Koolmezen en vinken zingen er lustig op los. We komen bij een kruising met een wegwijzer die ons terugwerpt in de jaren dertig. Volgens het bijgeplaatste bordje heeft de Lions Club deze in de jaren negentig geschonken. De Italiaanse weg slaan we in, aangelegd in 1848 door baron van Brakel als doorgaande route van kasteel Doorwerth richting Utrechtseweg. Het verhaal wil dat hij het pad deze naam gaf vanwege de haarspeldbochten die tegen de helling op zouden lopen, net als in de Italiaanse bergen. Nou vinden wij het met die haarspeldbochten nog wel meevallen. Tweehonderdvijftig jaar oude eiken waken over het rechte pad.

We passeren een bloemenwei die nu nog kaal is, maar een wilg staat aan de rand al zachtgeel te bloeien. Even verderop stuiten we op iets geks in het bos. Het is een ‘folly’ (afkomstig van het Engelse woord folly: dwaasheid). Oftewel: nutteloos object. Een brug waar geen brug nodig is, zomaar in het bos. Maar bijzonder is hij wel, heel smal en helemaal opgebouwd uit kleine keitjes. Een modeverschijnsel uit de negentiende eeuw, toen veel landgoedeigenaren een of meerdere follies lieten bouwen als onderdeel van een Romantische stijl.

Poortgebouw

Naarmate we verder het bos in komen wordt het stiller en stiller. Het pad is zo breed dat twee koetsen elkaar met gemak kunnen passeren. De eiken zijn overgegaan in statige beuken. We horen wind, roepende boomklevers en onze eerste tjiftjaf van het jaar. Andere wandelaars treffen we niet. Bijzonder voor een zondagmiddag, een dag waarop half Nederland gaat wandelen.

Aan het einde van de laan komen we bij een prachtige villa. Het is een poortgebouw van het vroegere landgoed. Ooit stonden er twee identieke, maar eentje is verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Pas als we hier de Italiaanse weg verder volgen, wordt de naamgeving duidelijk. Het was toch niet volledig de fantasie van de baron –wat wij eerlijkheidshalve even dachten. Onze routebeschrijving vertelt dat de haarspeldbochten in dit deel zijn aangebracht om het hoogteverschil op de stuwwal te overbruggen. Toch nog een stukje Italië aan de Rijn.

[kader] Heveadorp

Een bijzonder dorp, speciaal gebouwd voor de werknemers van de Heveafabriek, om de arbeiders aan de fabriek te binden. Hevea is de Latijnse naam voor de rubberboom en dat is precies de grondstof van deze fabriek geweest voor o.a. rubberen laarzen en banden. Eind jaren zeventig werd de fabriek gesloten. In het dorp zie je nog steeds een groot deel van de arbeiderswoningen. Ook vind je nog typische spekstenen huizen: rode stenen afgewisseld met gele lagen.