Waterpret of studie

Met dit warme weer wordt de buurt er niet bepaald veiliger op voor mens en dier. Waterpistolen zijn deze dagen nogal populair en voor je het in de gaten hebt wordt je in je rug aangevallen (zelden van voren, de lafaards). En als eend of meerkoet op het water, mét kroost, ben je je leven niet zeker met al dat plotselinge roeiverkeer van onervaren peddelaars. Je kunt je maar beter in het riet verschuilen met de vleugels over je ogen en hopen dat ze snel weer naar school mogen, die spetterende druktemakers.

‘Hé, jongens, deze is helemaal dood,’ komt jongste met een prachtige graafwesp op haar handpalm bij de tuintafel staan, waar manlief en ik in de schaduw koffiedrinken (broers zijn niet thuis, die zijn verwikkeld in een watergevecht op straat). Zo noemt ze haar ouders dus, jóngens. Ha!

Terwijl de jongens en het buurvriendinnetje zich op allerlei manieren in, op en met water vermaken, zit jongste met haar neus in de studieboeken. Ja, dat meiske van 2 (bijna 3) inderdaad. Af en toe neemt ze ter verkoeling een duik in haar pierenbadje om daarna weer naarstig op zoek te gaan naar kleine beestjes in de tuin. Die ze dan probeert op te zoeken in een boek over respectievelijk vlinders, kevers of zoogdieren (we hebben bosmuizen in de tuin). Over imitatiegedrag gesproken, van wie zou ze dat nou hebben?