‘Wilt u het verhaal van mijn vader opschrijven?’

De 86-jarige heer V. was al ziek en weinig mobiel, toen hij me die vraag stelde. Inmiddels is hij helaas overleden, maar ik ben blij dat ik hem heb leren kennen en het bijzondere verhaal van zijn vader heb mogen optekenen. Want hoeveel mensen kunnen nog de Hongerwinter van ‘44-‘45 navertellen? Met de dag minder.

De vader van de heer V. kwam om tijdens die Hongerwinter. Niet van de honger, maar doordat hij zijn leven in de waagschaal stelde voor hongerende kinderen. Wekelijks loodste hij stadskinderen vanuit Utrecht naar adressen in Groningen en Friesland. Gevaarlijke tochten, want de kans op beschietingen was groot. Daarom waren de ritten altijd in het donkerst van de nacht.

Een van die duistere tochten werd vader fataal, drie Duitse locomotieven reden bij Nijkerk vol in op de bus die hij had geritseld. GEBRU bus nummer 30. Er hing een karretje achter waarin hout gestookt werd, zodat de bus op houtgas kon rijden, bij gebrek aan benzine. Daarmee kon de bus niet harder dan 50 km per uur. Met een slakkengangetje trok de bus dus over het spoor. Het was 27 februari 1945. Vanwege de spoorwegstaking waren de spoorbomen open. Een bus vol kinderen van 10 tot 15 jaar en enkele volwassen begeleiders. Twee kinderen en twee volwassenen overleden ter plekke.

Alles wat rest van vader is een sigarendoos van Schimmelpenninck -inclusief 1 sigaar- , een pluk zwarte haren, een foto en een bloesem aan herinneringen. Hoogste tijd om het verhaal na 75 jaar een plek in een historisch archief te geven. En wellicht in een boek, als ik de losse eindjes compleet heb.

Met dit type bus verongelukte het gezelschap bij Nijkerk, een Bedford van busmaatschappij GEBRU. Deze foto is in 1938 te Utrecht genomen. Bron foto: Het Utrechts Archief