Steppekiek in Westerwijtwerd

Turen door ouderwetse boogramen over een gele akker met wintergerst, de molen en de kerktoren van Westerwijtwerd op de achtergrond. Roze geraniums wapperen voor het raam. Koikarpers zwemmen onder mij in een vijver en een winterkoninkje bezingt de lente. Ik sta in de zelfgebouwde uitkijktoren van Haiko Bakker, die 20 jaar geleden besloot te stoppen als boer en zijn eigen lusthof in de polder wilde bouwen. Overal rondom zijn boerderij bloeien rozen, weelderig begroeide bogen en torentjes. En hij is nog lang niet klaar. In het torentje hebben de boogramen nog geen glas en de klusmaterialen liggen op de kale cementen vloer. Een levenslang project. En nu ineens een broedende steppekiekendief in de achtertuin. Op dit moment nog strikt geheim, maar binnenkort wereldnieuws. Want het is de eerste steppekiekendief ooit die in ons land broedt en een soort die overal zeldzaam is. Het dichtstbijzijnde nest bevindt zich in Finland.

We zijn hier vandaag om het nest te beschermen. Althans, dat was het plan. Maar zowel Ben als Madeleine werd vannacht wakker met spanning in de onderbuik. Het voelde niet goed. Ze sms-ten elkaar. Het is ook niet niks. De steppekiek is overal zeldzaam en nergens is ervaring met het beschermen van zijn nest. Dit nest hier in een Groningse akker, dat zal het eerste beschermde nest ter wereld worden. Wie zou er geen buikpijn van hebben. Dilemma. Doe je niks, dan heb je een grote kans dat het misgaat, want het gewas wordt te lang en zakt er overheen, of het nest wordt gepredeerd. Maar ga je beschermen, dan weet je ook niet hoe de vogels erop reageren. Je loopt het risico dat de ouders het nest in de steek laten. Het zijn beide onervaren beesten, pas 3 jaar oud, het is hun eerste nestje.

En dus turen we over het veld. Ben, Madeleine, verslaggever Rob Buiter van Vroege Vogels en ik. Er komt een tractor het veld in met een maaimachine, die gaat het naastgelegen grasperceel maaien. Het steppekiek-vrouwtje jaagt over de akker. Haar man komt erbij. Even zweven ze bij elkaar, hij boven, zij onder. Daarna verdwijnt de vrouw weer op het nest en de man neemt positie bij zijn favoriete struik, van waaruit hij de hele akker kan overzien. “Dit is zó kwetsbaar,” zegt Ben op bezorgde toon, “Je kunt beter een visarend in een hoogspanningsmast hebben.”

In hetzelfde perceel broeden ook twee bruine kiekendieven, maar zodra een van hen iets te dichtbij het nest van de steppekiek komt, vliegt het mannetje er op af en jaagt hem weg. Sierlijk ‘begeleidt’ de steppekiek hem t veld uit. Het is duidelijk wie hier heer en meester is. Ook kraaien worden behendig het veld uit gebonjourd. Het is ook een heel ander soort kiekendief dan bijvoorbeeld een grauwe, qua vlieggedrag. De steppekiek is veel vlugger, soepeler en hij jaagt op zangvogels die voor de grauwe te snel zijn.

We turen. En praten. En turen. Het vrouwtje zit veel op het nest, wat betekent dat de jongen nog klein zijn. Ben en Madeleine knikken elkaar toe: “Wijs besluit om nu niet te beschermen en het nog even uit te stellen. Het is nog te pril. De jongen moeten iets ouder zijn, dan is er een sterkere band tussen jongen en ouders en is de kans kleiner dat ze de jongen in de steek laten.”

Een paar dagen later, 17 juni, wordt het nest alsnog succesvol beschermd. Opluchting bij de mensen van Werkgroep Grauwe Kiekendief. Een nest met 5 jongen, goed doorvoed en gezond. “Veel, voor onervaren ouders,” zegt Ben, ”Maar het mannetje is sterk en behendig, hij is een goede jager. Territoriaal.”

Deze tekst is als dagboekfragment opgenomen in mijn boek ‘De man op de dijk’, in het hoofdstuk ‘De onstuimige kiek uit het oosten’.