De nipte redding van de grauwe kiek

on

Dit artikel schreef ik voor het tijdschrift ‘Vogels’ (nr. 3, 2019) van Vogelbescherming Nederland, naar aanleiding van mijn boek ‘De man op de dijk’.

De nipte redding van de grauwe kiek

In Afrikaanse landen heet de grauwe kiekendief ook wel ‘de vogel die vliegt zoals onze vrouwen dansen’. Sierlijk en mysterieus. Elk voorjaar komt deze roofvogel in Nederlandse akkers broeden. Bijna was dat voorgoed verleden tijd.

De grauwe kiekendief broedt in Nederland met circa 40 tot 60 paartjes per jaar. Oost-Groningen vormt het bolwerk, daarnaast zijn er jaarlijks steevast enkele paartjes in Flevoland en Friesland. Een heel ander beeld dan toen Jac. P. Thijsse nog rondfietste. In die tijd was de ‘aschgrauwe kuikendief’ de meest algemene roofvogel van ons land. In iedere provincie kwam hij voor en broedde er onder meer in duinen, heidevelden en laagveenmoerasgebieden.

Maar tijden veranderen, gebieden werden ontgonnen of kregen veel meer bezoekers. Het had niks gescheeld of de grauwe kiekendief was helemaal verdwenen uit ons land. Eind jaren tachtig waren slechts enkele broedpaartjes over. Totdat de grootschalige braaklegging van landbouwgronden werd ingevoerd, een door de EU opgelegde maatregel vanwege graanoverschotten.

De grauwe kiekendief profiteerde hiervan: hij ontdekte deze uitgestrekte akkers als broedgebied. De braakliggende gronden zorgden voor een fantastisch voedselaanbod. Deze grazige, steppe-achtige vlaktes waren een walhalla voor veldmuizen en veldleeuweriken, beide favoriet op het kiekendiefmenu. Het bleek een verandering van broedgebied die in heel Europa plaatsvond in de jaren negentig. De grauwe kiekendief broedt nu enkel nog in boerenland. Biotopwechsel, zoals de Duitsers zeggen.

Eerste nest in Groningse akker

Maar in akkers broeden brengt een hoop consequenties met zich mee. Juni 1990 vond vogelonderzoeker Ben Koks in een Gronings luzerneveld het eerste nest van een grauwe kiekendief en hij realiseerde zich meteen het gevaar. Luzerne is een veevoedergewas dat een keer of drie per jaar gemaaid wordt. Maaien!

Dus op die vrijdagmiddag in juni snelde Koks naar groenvoederdrogerij B.V. Oldambt om te vragen wanneer ze van plan waren te gaan maaien. Dat zou die maandag erop plaatsvinden, wisten de medewerkers te vertellen… Ze spraken af dat een stuk van 40 bij 40 meter kon blijven staan, rondom het kiekendiefnest. De jonge grauwe kieken vlogen in augustus succesvol uit.

Dat moment – de vondst van dat ene nest door die ene man – bracht uiteindelijk een beweging op gang. In de jaren erna ontstond de Werkgroep Grauwe Kiekendief, die in nauwe samenwerking met boeren en met mensen van B.V. Oldambt, nesten van grauwe kiekendieven wist te beschermen. Met als resultaat dat de grauwe kiekendief vooralsnog behouden bleef als Nederlandse broedvogel.

In die jaren negentig groeide ook het besef: wil je een soort behouden en beschermen, dan is (meer) onderzoek nodig. Je kunt nog zo goed je beschermingskooien om de nesten plaatsen en met tientallen vrijwilligers die akkers afstruinen om ze te vinden, maar wat gebeurt er met de vogel de rest van het jaar? Wat gebeurt er tijdens de trek en in de wintergebieden in West-Afrika? Daar was tot dan toe vrijwel niks over bekend.

Satellietzenders

Ondertussen schreed de techniek voort en kwamen de eerste satellietzenders voor vogels. Een perfecte methode om een vogel naar Afrika te kunnen volgen, met gps-coördinaten in de hand, verkregen van het technische rugzakje op de vogel. Dankzij een ledenactie van Vogelbescherming Nederland kon Werkgroep Grauwe Kiekendief in 2006 voor het eerst twee gezenderde grauwe kiekendieven achterna vliegen naar Niger. Tientallen braakballen, een hoop kennis en een geweldige ervaring rijker kwam het onderzoeksteam weer thuis.

Steeds minder voedsel

Sindsdien reist bijna jaarlijks een kiekendiefteam af naar landen in West-Afrika. Veel kennis leverde dat al op, over onder meer landbouw daar, het dieet van de grauwe kiekendief en het gedrag in slaapplaatsen. Ook is duidelijk geworden dat in Afrika vele gevaren schuilen, zoals ontbossing, overbevolking, overbegrazing en grootmachten die er hun grootschalige landbouwpraktijken gaan uitoefenen.

Maar het échte gevaar, dat komt uit Europa. De Nederlandse landbouw is te ver afgedreven van zaken als rentmeesterschap en ecologie. Dat onze landbouwgronden door industrialisering, mechanisatie, intensivering en allerlei chemische ontwikkelingen steeds minder voedsel bieden aan grauwe kieken (en andere boerenlandvogels) onderstreept het hogere sterftecijfer in het najaar, als ze nog maar net aan de trek zijn begonnen.

Vogelakkers

Hoopgevend voor de grauwe kiekendief is de opkomst van onder meer vogelakkers. Werkgroep Grauwe Kiekendief ontwikkelde deze maatregel in samenwerking met groenvoederdrogerij B.V. Oldambt, boeren en onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen. Het idee is heel simpel: akkers met een afwisseling van stroken luzerne (eiwitrijk veevoergewas) en stroken natuurbraak (een ingezaaid mengsel van gras, kruiden en granen).

De braakstroken zijn fantastisch voor veldmuizen, die op hun beurt weer voedsel zijn voor grauwe kiekendieven en andere muizenjagers als grote zilverreiger, ruigpootbuizerd, blauwe kiekendief en velduil. De vogelakkers zijn zó succesvol, dat dit idee al in diverse andere landen wordt gekopieerd. Het geheim van het succes? Niet alleen roofvogels profiteren ervan, ook zoogdieren, insecten, het bodemleven, overwinterende akkervogels én de boer. De luzerne wordt gewoon geoogst en levert daarmee inkomsten op voor de boer. Win-winsituatie voor iedereen.